In de zomer speelt nog een ander probleem. De meeste kantoren hebben airconditioning of topkoeling. Met topkoeling wordt een binnentemperatuur nagestreeft die drie tot acht graden onder de buitentemperatuur ligt. Bij airconditioning kun je een willekeurige binnentemperatuur instellen onafhankelijk van de buitentemperatuur. Op het moment dat de airconditioning of topkoeling is ingeschakeld wordt altijd gezegd dat alle ramen dicht moeten, om te voorkomen dat de afgekoelde lucht naar buiten gaat en warme lucht binnenkomt. Men moet zich realiseren dat een airconditioning enkel de binnenlucht afkoelt en géén verse buitenlucht aanvoert.
Airconditioning en topkoelingsystemen hebben veelal een regelklep waarmee de hoeveelheid toegevoerde verse buitenlucht kan worden geregeld. Om zoveel mogelijk energie te besparen wordt deze klep nogal eens te ver dichtgezet waardoor onvoldoende verse buitenlucht wordt toegevoerd met het gevolg dat werknemers versuft raken, zich moeilijk kunnen concentreren en hoofdpijn krijgen. |